De meningen zijn verdeeld, zowel over het aantal nieuwe woningen dat nodig is, als over de locaties waar die woningen moeten komen. Of er 1 miljoen nieuwe woningen moeten komen of misschien maar de helft, is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) nog maar de vraag. Feit blijft dat er de komende jaren heel veel gebouwd zal moeten worden om het woningtekort terug te dringen.
En dan is het nog de vraag wáár er gebouwd moet worden. Politiek Den Haag zit niet bepaald op één lijn wat betreft het woningbouwbeleid. Zo hebben D66 en Groen Links voorkeur voor bouwen ín de steden en voelen VVD en CDA meer voor bouwen búiten de steden, in landbouwgebied.
De laatste vier jaar zijn er elk jaar gemiddeld 75.000 huizen gebouwd. Om aan de vraag naar woningen te voldoen zal dat aantal tot 2030 omhoog moeten naar 120.000 nieuwbouwwoningen per jaar. Waar al die huizen moeten komen is zoals gezegd onderwerp van discussie. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) pleit voor bouwen in weilanden rond de steden waar de woningnood het grootst is. Volgens het EBI is er maar 1,5% van de beschikbare landbouwgrond nodig om uiteindelijk 1 miljoen nieuwe huizen te kunnen bouwen.
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en boerenorganisaties zijn niet blij met die conclusie. Zij vinden dat er in de steden en grenzend aan de steden genoeg opties zijn, zeker als je ervan uitgaat dat het niet nodig is om 1 miljoen woningen te bouwen.
Ondanks de verschillende visies op de woningnood zijn alle partijen het erover eens dat er gebouwd moet worden, en dat er zowel binnen als buiten de steden gezocht moet worden naar geschikte bouwlocaties.
(Bron: het Parool)